ARTICLE
16 September 2026

Meerwaardebelasting op financiële activa: de fiscus verduidelijkt

ML
Monard Law

Contributor

Monard Law, an independent business law firm in Belgium with 25+ years of experience. We are a one-stop shop law firm for your business, with a wide variety of expertise in various legal fields.

Our team of professional lawyers provides you with high-quality tailored legal advice and assistance from our offices in Antwerp, Brussels, Ghent and Hasselt. As such, Monard Law combines a broad professional expertise and high end services with a local presence and a philosophy of outspoken approachability.

It is our belief that every company is entitled to high quality counseling and experienced representation. Every single one of our clients, from small or medium sized companies to multinational corporations, non-profit organizations and public authorities, can count on our complete support and dedication.

Belgium's tax administration has issued a crucial circular clarifying the application of the new capital gains tax on financial assets, addressing key uncertainties around realization timing, earn-out structures, partnership vehicles, and historical exemptions. The guidance provides essential insights for taxpayers navigating payment modalities, matrimonial property regimes, and the complex interaction between the tax and existing corporate structures.
Belgium Tax
Monard Law are most popular:
  • within Criminal Law topic(s)
  • with readers working within the Insurance industries

De nieuwe meerwaardebelasting roept heel wat praktische vragen op, onder meer over earn-outs, waarderingen, herinvesteringen en maatschappen. In circulaire 2026/C/74 verduidelijkt de fiscus verschillende punten, maar niet alle onzekerheden verdwijnen. Sommige standpunten verdienen bovendien bijzondere aandacht bij de voorbereiding van transacties en vermogensstructuren.

Hieronder bespreken we de verduidelijkingen met de grootste praktische impact en staan we stil bij enkele punten waarop de circulaire mogelijk nieuwe vragen oproept.

1. Verwezenlijking van de meerwaarde, effectieve betaling en earn out

De nieuwe meerwaardebelasting viseert meerwaarden die vanaf 1 januari 2026 werden gerealiseerd. Historische meerwaarden, zijnde de meerwaarden die tot en met 2025 werden opgebouwd, blijven weliswaar vrijgesteld.

Een meerwaarde wordt geacht te zijn verwezenlijkt zodra het omwille van een overdracht onder bezwarende titel is verdwenen uit het vermogen van de belastingplichtige en door een tegenwaarde is vervangen (randnummer 18 circulaire).

De circulaire benadrukt voorts dat “de effectieve betaling (…) geen bepalend element [is]”. Het feit dat de prijs niet volledig betaald is, omdat er bijv. betalingsmodaliteiten werden toegestaan zoals een gespreide betaling van de prijs, verhindert dus niet dat de volledige meerwaarde (uitz. de historische meerwaarde) belastbaar zal zijn voor het jaar waarin de transactie plaatsvond.

De circulaire benadrukt ook nogmaals dat betalingen die in 2026 hebben plaatsgevonden n.a.v. overdrachten onder bezwarende titel die zijn verwezenlijkt voor 1 januari 2026, niet geviseerd worden door de meerwaardebelasting.

Deze situaties moeten wel onderscheiden worden van de situatie waarin een deel van de prijs nog niet vaststaat op het moment van de overdracht. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een earn out die gestructureerd is als een opschortende voorwaarde. De bijkomende betaling is dan afhankelijk van een toekomstige en onzekere gebeurtenis, zoals het behalen van een bepaalde EBITDA-doelstelling of het verkrijgen van een vergunning. In dit geval zal het saldo (de earn out) belastbaar zijn op het moment waarop de tegenwaarde zeker en vaststaand wordt, zijnde wanneer de opschortende voorwaarde zich voordoet.

De circulaire benadrukt overigens dat de belastingplichtige voor beide belastbare tijdperken kan genieten van de vrijgestelde sommen. Als de meerwaarde bij de overdracht bovendien in aanmerking komt voor het regime van het aanmerkelijk belang, zal dit ook zo zijn voor het saldo dat in een later belastbaar tijdperk zou worden gerealiseerd.

2. Rol van het huwelijksvermogensrecht

Als de belastingplichtige een belang van minstens 20% van de rechten in een vennootschap aanhoudt, geldt een gunstiger regime met een hogere voetvrijstelling en progressieve tarieven (zgn. aanmerkelijk belang).

De circulaire benadrukt dat er ook steeds rekening moet worden gehouden met het huwelijksvermogensrecht.

Als een goed een gemeenschappelijk goed zou zijn, dan moet de meerwaarde door beide echtgenoten elk voor de helft worden aangegeven. Dit betekent dat de drempel voor het aanmerkelijk belang ook voor ieder van de echtgenoten voldaan moet zijn (ze moeten samen dus minstens 40% van de rechten bezitten).

Als een goed een eigen goed zou zijn, dan moet de meerwaarde enkel door de echtgenoot die de aandelen bezit, worden aangegeven.

De circulaire erkent ook het principe van de “titre et finance”-regeling. Overeenkomstig art. 2.3.19, 5°, Nieuw Burgerlijk Wetboek worden aandelen die eigen zijn omdat een echtgenoot de “titre” bezit, ook fiscaal als eigen behandeld. De fiscale beoordeling gebeurt bijgevolg uitsluitend in hoofde van de echtgenoot die de “titre” bezit, zelfs wanneer de aandelen met gemeenschappelijke middelen werden gefinancierd en de vermogenswaarde dus in principe tot het gemeenschappelijk vermogen behoort.

De inschrijving in het aandeelhoudersregister verdient daarom bijzondere aandacht. Zij kan namelijk gevolgen hebben voor de toepassing van de meerwaardebelasting.

3. Vrijstelling van de historische meerwaarden

Voor financiële activa die al voor 1 januari 2026 werden aangehouden, is de historische meerwaarde vrijgesteld. De referentiewaarde om de meerwaarde te berekenen is dan de waarde per 1 januari 2026.

De wet voorziet ook in verschillende manieren waarop deze historische waarde kan worden bepaald, waaronder een waardering door een bedrijfsrevisor (die niet de commissaris is) of een externe accountant. De wet voorziet wel dat deze waardering kan worden betwist door de fiscus.

De circulaire verduidelijkt dat de fiscus dergelijke waardering slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zal betwisten. Als de waardering werd opgesteld op basis van methoden die binnen de sector als standaard kunnen worden beschouwd, dan is er in principe geen betwisting mogelijk.

De circulaire erkent ook dat aandeelhouders andere waarderingsverslagen kunnen voorleggen waaruit een andere waarde blijkt. Dit betekent nog niet dat deze waarderingsverslagen niet tegenstelbaar zouden zijn.

4. Interne meerwaarde: controle alleen of samen met familie

Een groot discussiepunt tijdens de parlementaire voorbereidingen betrof de toepassing van het regime van de interne meerwaarden. Als de belastingplichtige alleen of samen met familie tot in de 2de graad controle uitoefent over de overnemer, dan kwalificeert de meerwaarde als een interne meerwaarde en zal deze belastbaar zijn aan 33%.

Tijdens de parlementaire voorbereidingen merkte de minister van Financiën al op dat dit regime enkel van toepassing is als de belastingplichtige ofwel alleen controle uitoefent, ofwel samen met familie tot in de 2de graad. Als er controle wordt uitgeoefend met een derde, zoals bijv. een private equity-investeerder of de verkoper een deel van de verkoopprijs herinvesteert in het overnamevehikel samen met andere investeerders, dan is deze voorwaarde niet voldaan en zal het regime van de interne meerwaarden niet kunnen toegepast worden.

Deze visie wordt nogmaals bevestigd in de circulaire.

Daarnaast wordt in de circulaire ook herhaald dat de meerwaardebelasting niet uitsluit dat de meerwaarde alsnog als een divers inkomen in de zin van art. 90, 1ste lid, 1° WIB92 zou worden getaxeerd. Dit zal het geval zijn als de meerwaarde niet kadert binnen het normale beheer van het privévermogen, bijv. omwille van speculatie. Deze kwalificatie heeft tot gevolg dat de vrijstelling voor historische meerwaarden niet langer zal gelden.

5. Toepassing bij een maatschap

Een andere grote onduidelijkheid betrof de toepassing van de meerwaardebelasting in combinatie met een maatschap. Een maatschap creëert een onverdeeldheid tussen de verschillende vennoten en wordt voor fiscale doeleinden transparant beschouwd.

Tijdens de parlementaire voorbereidingen nam de minister van Financiën al bepaalde standpunten in. Deze standpunten worden nu verduidelijkt in de circulaire.

Vooreerst wordt in de circulaire bevestigd dat deelnemingsrechten in een maatschap ook kwalificeren als financiële activa. Een meerwaarde die zou worden gerealiseerd n.a.v. een overdracht van deze deelnemingsrechten zal dus ook gevat worden door de meerwaardebelasting.

Daarnaast benadrukt de circulaire dat het louter aangaan of beëindigen van een maatschap op zich geen meerwaardebelasting met zich meebrengt. Maar een inbreng van financiële activa in een maatschap in ruil voor deelbewijzen kan wel kwalificeren als een verwezenlijking. Als het gaat over een inbreng van aandelen, dan zal er weliswaar een vrijstelling gelden.

De cruciale vraag is of er bij een inbreng in een maatschap sprake is van een impliciete ruil (met name, leidt de inbreng tot een ruil tussen verschillende financiële activa). De circulaire geeft ook twee voorbeelden:

  • A en B brengen elk 50 financiële activa X in en ontvangen ieder 50% van de deelbewijzen in de maatschap. Na inbreng houden ze beiden in onverdeeldheid 100 financiële activa X aan. Hun vermogen is na de inbreng niet fundamenteel gewijzigd (want 50 financiële activa of 50% van 100 financiële activa X in onverdeeldheid is hetzelfde), zodat er geen sprake is van een impliciete ruil
  • Als A daarentegen financiële activa X inbrengt en B financiële activa Y, dan zal er wel sprake zijn van een impliciete ruil en dus meerwaardebelasting.

De circulaire stelt voorts ook nog dat “er zal steeds sprake zijn van een impliciete ruil en dus van een verwezenlijking wanneer een nieuwe maat tijdens de looptijd van de maatschap toetreedt”. Het gebruik van het woord “steeds” is opvallend. Want stel dat de nieuwe maat dezelfde financiële activa inbrengt. Dan wijzigt het vermogen van de maten ook niet fundamenteel en zou er dus geen sprake mogen zijn van een impliciete ruil. Deze problematiek is bijvoorbeeld zeer relevant wanneer maatschappen gebruikt worden als een poolingvehikel i.h.k.v. werknemersparticipatie. Gaat het hier dan over een onzorgvuldige bewoording van de circulaire of niet? Dit zal nog moeten blijken.

Als de maatschap vervolgens de financiële activa verkoopt en een meerwaarde realiseert, zal de meerwaarde omwille van de fiscale transparantie geacht worden te zijn gerealiseerd door de maten. De meerwaarde wordt evenwel berekend t.o.v. de totale aanschaffingswaarde van de financiële activa. Als deze financiële activa een andere aanschaffingswaarde hebben, zal dit ertoe leiden dat er een verschuiving tussen de maten zal plaatsvinden van de verschuldigde meerwaardebelasting (in vergelijking met een zuiver individuele benadering). De circulaire benadrukt weliswaar nogmaals, net zoals de parlementaire voorbereidingen, dat er in de maatschapsovereenkomst kan overeengekomen worden om een verschillend gewicht aan de deelbewijzen toe te kennen om rekening te houden met deze verschillende aanschaffingswaarden.

Het mag dan ook duidelijk zijn dat, ondanks de verduidelijkingen in de parlementaire voorbereidingen en de circulaire, de toepassing van de meerwaardebelasting in het geval van een maatschap tot de nodige complexiteit blijft leiden. Hoewel dit vehikel nog steeds kan worden gebruikt, zal dit sterk afhangen van de concrete context en doelstellingen. Afhankelijk van de concrete context kunnen alternatieve structuren daarom meer aangewezen zijn om onbedoelde fiscale gevolgen te vermijden.

Een voorafgaande toetsing van bestaande participatiestructuren en voorgenomen transacties blijft dan ook aangewezen.

The content of this article is intended to provide a general guide to the subject matter. Specialist advice should be sought about your specific circumstances.

[View Source]

Mondaq uses cookies on this website. By using our website you agree to our use of cookies as set out in our Privacy Policy.

Learn More